zondag 3 februari 2013

Rivier van vloeibaar verdriet

Stel je voor,
Dat er een klein gaatje in jouw kussen blijkt te zitten.
Daar, vlakbij de hoogte van jouw ogen.
Ogen.
Kleine meters van geluk.
Als ogen twinkelen zijn ze blij.
Als ogen vlammen zijn ze boos.
Maar er kan ook water uit ogen komen.
Zoutige substantie.
Vloeibaar verdriet.
Biggelende tranen over je wangen.
Kruipend over je kussen, ´s avonds in je bed.
Zoekend naar dat ene gaatje in de zachte stof.
Achter dat gaatje loopt een buis.
Een sterke, ijzeren buis.
De traan rolt erin en glijdt oneindig ver weg van de plek waar hij vandaan kwam.
De buis groeit langs het huis,
Onder straattegels door en eindigt uiteindelijk bij een grote diepe kuil.
De kuil is van aarde en ligt, omringd door bomen, in een bos.
Het ruisen van de wind door de bladeren.
Het gekraak van takken, verbrijzeld onder het gewicht van de natuur.
Het gekabbel van water.
Water?
Water stroomt de diepe kuil in en vult het tot de nok.
Het heldere verdriet wordt vervoerd door kleine buisjes die eindigen aan de rand van wat lijkt op een rivier.
De tranen blijven stromen.
Water klettert uit de buizen op het golvende oppervlak.
Een rivier van tranen.
Een rivier van vloeibaar verdriet.

Foto: weheartit

2 opmerkingen:

  1. Erg mooi weer. 'Een rivier van vloeibaar verdriet', zo mooi gevonden. :)

    BeantwoordenVerwijderen