zondag 18 november 2012

Witte snippers

Het sneeuwt.
We staan op het strand.
Wit strand.
Alsof er iets niet klopt.
De vlokjes dwarrelen voor onze ogen.
Jouw ogen.
Kleine flikkertjes zoekend door het wit naar de mijne.
Mijn ogen.
Een wit stipje blijft in jouw haar hangen.
Wordt gestoord in zijn reis naar benee.
Ik help hem.
Je haar voelt warm aan op mijn koude hand.
Het witte stipje valt voor mijn voeten.
Voor onze voeten.

En dan kijk ik op.


zondag 11 november 2012

Wie ben ik?

Wanneer jouw woorden mij bereiken.
Ben ik weg.
Ben ik allang gevlucht.
En met elke stap die ik zet.
Breekt er iets in mij.
Een herinnering.
Een gedachte.
Een klein beetje van jou sterft af.
En elke zoute windvlaag die mijn haren op doen deinzen.
Doet mij denken aan jouw geur.
Maar wie is jou, als ik jou met elke stap vergeet.
Een verloren iets.
Een afgevallen overpeinzing.
Je was iets.
En nu niets.
Jij was jij en ik was ik.
Maar jij is niet jij.
Dus wie ben ik?

zaterdag 3 november 2012

Ik zit hier

Ik zit hier.
Ik zit hier maar te zitten.
Wachtend op dat ene.
De kou is in mijn lichaam getrokken.
Mijn spieren zitten vast geklemd in de ijskast.
Mijn lijf.
Ik tuur over de kustlijn.
Geen teken van leven.
Alleen het ruisen van de zee.
Het stemt mij echter niet tot rust.
Het herinnerd mij eraan, dat met elke golf  die zich voor mijn voeten werpt,
Ik hier nog net zo zit.
Ik hier nog net zo zit als de golf daarvoor.
En daarvoor en daarvoor.
Alleen.
Wachtend.
Op iets dat komen gaat.