zondag 28 oktober 2012

Green, Greener, Greenest


Het is stil.
Zo stil dat mijn ademhaling de ruimte vult.
Ik voel mij alleen. Machteloos in het duister van de rest.
Ik ben raar, gek en anders. 
Zij zijn normaal. Hetzelfde. Een groep.
Ik reageer mijn gedachten af op de kale muren.
Blokkeer de deur.
Zet stoelen onder de deurklink vast. Sleep de houten kisten naar elkaar en bouw een muur.
Een muur die mijn laatste beetje hoop verbrijzelt. Mijn laatste beetje hoop om niet alleen te zijn.
Ik vind een touw in de ruimte en bind het om de kisten heen. Een oude saloontafel die zijn beste tijd heeft gehad prijkt voor alle chaos neer.
De deur is onbegaanbaar gemaakt.
Ik laat mijzelf geen andere keus dan alleen te zijn.

De muren zijn grijs.
Net zo grijs als zij.
Zij die zo een zijn.
En ik.
Het groen.
Het groen dat nooit grijs zou kunnen zijn.

Ik vind een krijtje. Teken groene, eenzame wegen over de grijze massa.
Bomen zonder vertakkingen.
Doodlopende wegen.

De vloer voelt koud aan op mijn benen als ik ga liggen.
Kou.
Kou is een raar iets.
Het is aanwezig, en toch ook niet. Je voelt het, maar ziet het niet.
Ik hoor de adem van de muren. Verstikking. Ze komen steeds dichter op mij af.
Willen mij vangen in hun grijze armen. Proberen mij als zij te maken.
Als zij.
Zij die zo een zijn.

Ik laat mijn hoofd op de stenen vloer rusten.
Knipper met mijn ogen.
Open.
Dicht.
Open.
Mijn groen gekrijte handen glijden over mijn gezicht en herinneren mij eraan anders te zijn.
Als ik overeind probeer te komen ontdek ik iets vreemds.
De muren worden langzaam minder grijs. Ik voel mij steeds minder gevangen genomen. Ontvluchtend  aan de grijze armen.
De ijzeren greep om mijn hals verslapt en ik kan weer normaal ademhalen.
Ik veeg de zweetdruppeltjes van mijn voorhoofd en kijk op.  
De groene lijnen op de muur worden verder getrokken.
Alsof iemand het krijtje uit mijn hand heeft gepakt en de vertakkingen van mijn boomstammen verder tekent.
De vertakkingen waar ik nooit aan durfde te beginnen.

Hoe kan dit?

Ik kijk naar beneden. Mijn hand omklemt nog steeds het kleine staafje groen pigment.
Snel draai ik mijn hoofd om naar de deur.
De barricade van kisten en stoelen kijkt mij roerloos aan en zwijgt, terwijl de muren om mij heen veranderen.
Het groen begint de kamer te overheersen.
Ik kan mijn glimlach niet langer onderdrukken. 
Ben niet bang meer.
Ik voel het bloed door mijn lijf stromen en zie de groene lijnen verder kruipen.
Gevoed door mijn kracht.
Mijn kracht om niet alleen te zijn.
Mijn kracht om anderen te vinden.
Anderen die net zo zijn als ik.
Om samen anders te zijn.
  
 



 

dinsdag 16 oktober 2012

wanna be my hero?


Superman, Cat woman, Spiderman, Mozart, Obama, Andre Kuipers, Mozart, The Spice Girls, Neil Armstrong, Bach, Nelson Mandela, The Beatles, enz, enz, enz, enz, enz.

Dit zijn al grote namen in de wereld. Namen die ergens om bekend staan. Een daad, het begin van een nieuw tijdperk. Maar zijn dit dan automatisch helden?

Laten we dan eerst even vast stellen wat het woord helden precies inhoud. Volgens de Dikke van Dale is een held iemand die uitblinkt door moed. Dit kan goed kloppen, kijk maar naar Nelson Madela, zonder zijn moed, was hij nooit een held geworden en had hij nooit tegen de apartheid kunnen strijden.  Maar als we dan kijken naar meneer Bach, is hij door moed een held geworden? In zekere zin misschien wel, hij had de moed muziek te schrijven die men toen nog niet kende. Maar is hij dan net zo’n held als Mandela?

We proberen nu eigenlijk de vraag te beantwoorden: Wat maakt een held precies een held? Ik denk dat het antwoord op deze vraag voor ieder verschilt. Voor mij is iemand een held, als diegene zijn angsten overwint, ergens helemaal voor gaat, zijn dromen achternagaat , maar ook niet alleen aan zichzelf denkt, ook anderen helpt. Iedereen kan in mijn gedachtes dus een held zijn. Je angsten overwinnen, daar heb je geen super krachten voor nodig, toch?
 
 

zaterdag 6 oktober 2012

De nacht

Ze wende haar blik af en liep naar het raam.
Een windvlaag ontsnapte aan de lucht en vluchtte haar kamer binnen.
Ze stak haar hoofd naar buiten en bekeek de hemel.
Het was een nacht, zoals een nacht zou moeten zijn.
Duister en onheilspellend.
De enige lichtpunten waren de sterren waar je jezelf aan vast kon binden.
Het meisje hield van de nacht.
De stilte, die als vanzelfsprekend leek te zijn, dreunde door haar lijf.
Ze ademde de heldere lucht diep in.
Vond de rust terug in haar hoofd.

Bron foto: we heart it