woensdag 22 februari 2012

Ik zou. Jij zou. Wij zouden.

Ik denk aan jou.Hoe we alles om ons heen vergaten.
Hoe we dansden in de regen.
Zorgeloos en vol vreugde.
Was je maar hier.
Ik zou je handen pakken.
Kringeltjes tekenen met mijn vinger op jouw huid.
Jij zou mijn haren uit mijn gezicht wrijven.
En zachtjes strelen over mijn slaap.
Ik zou in je ogen kunnen staren.
En jij zou je niet bekeken voelen.
Je zou me kunnen kussen.
Hier, in mijn hals.
Dat zouden wij allemaal kunnen doen.
Maar je bent er niet.
Je bent er niet. En je zult ook nooit komen.
Je lijkt wel een gedachte.
Een gedachte in mijn hoofd.
Ik stop je soms in een laadje.
Weg, ver weg.
Uit angst je tegen te kunnen komen.
Je zou geen 'hoi' zeggen.
Je zou me negeren.
En ik zou alleen maar aan jou kunnen denken.
Je lach, je ogen, je zachte lippen.
Hoe je geen 'hoi' tegen me zei.
Ik zou alleen maar aan jou kunnen denken.
En aan de gedachte, dat ik niet in een laadje in jouw hoofd zat.

8 opmerkingen: